Opgetekend door katleen (en branko is de roepnaam van de mini-me in haar buik).
k: 'Elliott, ik ga je iets vertellen. Ik heb een heel klein babietje in mijn buik.'
e: (meteen) Dasniewaar!'
k: 'Toch wel.'
e: 'Ik zie niks.'
k: 'Het is nog heel klein. Maar als de zomervakantie begint, krijg ik een kindje.'
e: (na 30 seconden) 'Het moet wel een jongen zijn!'
k: 'Oké. Ga jij het tegen je broer vertellen?'
(op de achtergrond)
e: 'Finn, weet je, katleen heeft een heel klein babietje in haar buik.'
f: (meteen) 'Dasniewaar!'
e: 'Toch wel.'
f: 'Wie heeft dat gezegd?'
e: 'Katleen zelf.'
(Finn komt na een tijdje kijken, Elliott volgt)
f: 'Het moet wel een jongen zijn!'
k: 'Oké.'
e: (na 30 seconden) 'Het zouden er 2 moeten zijn.'
k: 'Oké.'
f: (na 30 seconden) 'Ik ga op jouw buik springen, dan knakt het kindje en worden het er 2.'
