[Annelies belt aan bij de buren, op zoek naar elliott. Ondertussen vertrekt elliott door de achterdeur van de buren terug naar huis]
A (tegen Ria): 'Is elliott hier?'
R: 'Ja.'
Annelies loopt naar de woonkamer van de buren. Sien zit in de zetel. Elliott is nergens te bespeuren.
A: 'Sien, zit jij op elliott?'
S: 'ALLE meisjes zijn op elliott!!!'
A: 'Neenee, ik vraag of je op hem zit, want ik zie hem nergens.'
S: 'Ah. Nee, hij is naar huis door de achterdeur.'
