Winter, lente, zomer of herfst: Sinterklaas is relevant. Altijd, overal.
E: 'Ik denk dat Sinterklaas niet bestaat.'
F: 'Ja, de computer heeft dat eens gezegd.'
JR: 'Hoezo? 'De computer heeft dat eens gezegd'.'
F: 'Ja, gewoon.'
E: 'Ik denk dat jij en mama dat zijn. Dat jullie de cadeautjes kopen. En ik ga dat te weten komen.'
JR: 'Ah. pray tell.'
E: 'Pray wat?'
JR: 'Pray tell, dat is wat verouderd Engels om te zeggen 'ik ben benieuwd, vertel op'. Dus vertel eens hoe je ons dan gaat ontmaskeren.'
E: 'De dag vóór Sinterklaas ga ik jullie bankrekening controleren. En de dag na Sinterklaas ook. En dan kan ik zien of jullie betaald hebben voor speelgoed.'
JR: 'Oké.'
Smart-ass(es).
